Romeinse tijden

De Romeinse periode is van groot belang in de geschiedenis van de eilanden. In deze tijd kwam het christendom naar Malta en werd het lot van de eilanden verbonden met dat van het Europese continent.

Voordat de Romeinen Malta konden innemen, moesten zij hun aartsvijand onderwerpen: de Carthagers, een uit Phoenicië afkomstig volk in het westen van het Middellandse Zeegebied. De Carthagers vormden een grote bedreiging voor het opkomende en later oppermachtige Romeinse Rijk. Tijdens een reeks oorlogen, die bekend staan als de Punische oorlogen en plaatsvonden tussen 264 en 146 voor Christus, namen de Romeinen Malta in. De eilanden werden een vrij ‘municipium' ofwel en vrije stad met een bepaalde mate van zelfbestuur.

Malta lijkt een bloeitijd te hebben doorgemaakt onder de Romeinen. In deze periode worden de eilanden ook voor het eerst in geschriften vermeld. De Romeinse senator en redenaar Cicero noemt het belang van de tempel van Juno op Melita en het extravagante gedrag van de Romeinse gouverneur, die op Sicilië zetelde. De schipbreuk van de apostel Paulus in 60 na Christus is beschreven in de bijbel. Hoewel de hier gevonden villa's, tempels en badhuizen wijzen op een relatief stabiel en welvarend leven, bleven de eilanden in feite een buitenpost van Sicilië.

In de laat-negentiende eeuw werd er net buiten Mdina en Rabat een Romeins huis uit de eerste eeuw voor Christus gevonden. Het huis, tegenwoordig bekend als het Romeinse Villamuseum, heeft een aantal mooie vloermozaïeken en was ingericht met marmeren beelden waarvan sommige van de toen heersende keizerlijke familie.

In Rabat bevinden zich twee catacombencomplexen die tijdens de Romeinse periode op Malta in gebruik waren: de catacomben van Sint Agatha die fresco's bevatten en de catacomben van Paulus waar de apostel zou hebben verbleven. De Romeinen lijken hier destijds religieuze verscheidenheid getolereerd te hebben. De catacomben van Paulus, die dateren uit de vierde en vijfde eeuw, hebben verschillende joodse menorasymbolen die in de rotsen zijn uitgehouwen.

Overblijfselen van een andere belangrijke Romeinse plaats zijn gevonden vlakbij Birzebbuga in het zuidoosten van Malta, waar een enorme cisterne met een inhoud van zo'n tien kubieke meter is ontdekt. Net als bij andere Romeinse nederzettingen behoorde ook hier een olijvenstamper tot de vondsten. Het veelvuldig voorkomen van dit soort gereedschappen toont aan dat Malta ten tijde van de Romeinen een aanzienlijke hoeveelheid olijfolie produceerde.

Op een aantal olielampen die bij de Romeinse villa tentoongesteld staan, staan christelijke symbolen zoals de eerste letters van de naam Christus in het Grieks.

Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk aan het einde van de vierde en vijfde eeuw na Christus, bevonden de Maltese eilanden zich tijdens de Byzantijnse periode in de marge. Constantinopel vormde voortaan het centrum van het gezag van het Oost-Romeinse Rijk. De Byzantijnse periode duurde nog 375 jaar totdat de Noord-Afrikaanse Berbers, die in naam van de islam gebieden veroverden, de eilanden innamen in 870 na Christus.

De apostel Paulus op Malta